5 tips voor het vinden van een goede uitgever

uitgever

Stel, je hebt een verhaal. Het is ook nog eens een goed verhaal. Wat zeg ik, het is een briljant verhaal! Een verhaal dat je graag met anderen deelt. In dat geval moet je ervoor gaan zorgen dat je verhaal gepubliceerd wordt. Daar zijn allerlei mogelijkheden voor. Self publishing bijvoorbeeld, is steeds meer in opkomst. Dit komt erop neer dat je je boek zelf laat drukken, zelf zorgt voor verkooppunten (al dan niet online), zelf alle ‘kosten-die-voor-de-baten uitgaan’ op je neemt en de marketing van je boek is ook voor je eigen rekening. Je verhaal als ebook op de markt brengen is ook een idee. Maar het kan ook heel goed zijn dat jij jouw verhaal lekker old school door een uitgever wil laten publiceren. Een uitgever die samen met jou optrekt om je verhaal zo sterk mogelijk te maken en in de winkels te krijgen. Ik ga hier geen preek afsteken over welke mogelijkheid het beste is. Bij iedere vorm van publicatie zijn wel voor- en nadelen te bedenken. Maar mocht jij overwegen om een uitgever in de arm te nemen, lees dan vooral even verder voor een paar handige tips.

tip 1 – Houd je doelgroep voor ogen

Voordat je je manuscript lukraak de wereld instuurt, is het goed om pas op de plaats te maken. Hoe fantastisch je verhaal ook is, niet iedere uitgever zit erop te wachten.  Bedenk goed wat je doelgroep is en zoek uit welke uitgevers in die branche de grote spelers zijn. Kijk welke boeken er op dit moment in de winkel liggen en waar jij wel of niet mee geassocieerd wil worden. Zien de boeken er kwalitatief goed uit? Hoe oogt de bladspiegel? Welke genres passen bij welke uitgeverij? Zoek ook online eens op onafhankelijke recensies. Je hoeft je niet blind te staren op slechts één uitgeverij, maar het is goed om het koren van het kaf te scheiden en te weten waar jouw doelgroep bekend en tevreden mee is.

tip 2 – De kleine lettertjes

Vrijwel iedere uitgeverij heeft een eigen website. Op de contactpagina vind je vaak wat je nodig hebt om je manuscript de juiste kant op te sturen. Maar kijk vooral ook even verder, voordat je de boel de deur uit doet. Vaak vind je ergens op de website ook richtlijnen voor het insturen van een manuscript. Waar de ene uitgeverij een voorkeur heeft voor een papieren exemplaar, ziet de ander jouw werk graag digitaal verschijnen. Sommige uitgeverijen ontvangen graag een compleet manuscript, anderen zien (in eerste instantie) liever een paar hoofdstukken. Soms is het meesturen van een CV een vereiste, andere uitgevers malen daar niet om.

tip 3 – Acquisitie

Ik weet het, veel schrijvers zitten er niet op te wachten om zichzelf in de spotlights te zetten. Jij misschien ook niet. Dat je verhaal aandacht krijgt is één ding, maar dat wil niet zeggen dat jij als persoon ineens volle zalen wilt trekken. Toch kan het verstandig zijn om jezelf bekend te maken bij de uitgeverij(en) van jouw keuze, voordat je jouw manuscript aanbiedt. Dat hoeft helemaal niet zo eng te zijn. Bel gewoon eens op, stel jezelf in een paar woorden voor, vertel dat je overweegt jouw manuscript aan te bieden en stel een inhoudelijke vraag. Vraag bijvoorbeeld om verduidelijking van iets dat je op de website hebt zien staan. Bedank daarna vriendelijk voor de tijd die je hebt gekregen en hang weer op. En hé, waarschijnlijk ben je na het telefoontje nog steeds in leven.

tip 4 – Begeleidend schrijven

Bij het aanbieden van je manuscript, hoort een begeleidend schrijven. Het is een prima begin om hierin te verwijzen naar het bovenstaande telefoongesprek, zo zet je jezelf op een bescheiden manier toch in de schijnwerpers.

‘Geachte mevrouw Jansen,

Naar aanleiding van ons prettige telefoongesprek op dd-mm-jjjj, bied ik u graag mijn manuscript aan.’

Vervolgens leg je in een paar zinnen uit wat de doelgroep van jouw manuscript is, onder welk genre jouw verhaal valt en vat je de verhaallijn kort samen. Sluit je brief netjes af en vergeet vooral je contactgegevens niet.

tip 5 – Wees geduldig

Je bent niet de enige die een manuscript opstuurt en manuscripten lezen is ook niet het enige dat er bij een uitgeverij gedaan wordt. Het kan heel goed voorkomen dat het een paar maanden duurt voor je een reactie krijgt. En, al is je verhaal het beste verhaal dat er ooit is geschreven, het kan ook heel goed voorkomen dat je verhaal afgewezen wordt. Een uitgever vertelde me ooit dat zeker 90% van de ingezonden manuscripten niet voor uitgave in aanmerking komt. Dit heeft niet altijd met de kwaliteit van het manuscript te maken. Het kan zijn dat jouw voorleesverhalen prima zijn, maar de uitgever al bezig is met drie andere boeken met voorleesverhalen en juist op zoek is naar avi-boeken. Het kan zijn dat jouw verhaal een sprookje is, maar de uitgever voor de balans in zijn fonds zit te springen om een waargebeurd verhaal. Als jouw manuscript wordt afgewezen, raak dan niet te snel ontmoedigd, je bent in goed gezelschap. J.K. Rowling, om een voorbeeld te noemen, heeft maar liefst 12 afwijzingen gehad voor haar verhalen over Harry Potter.

Zou jij je verhaal door een uitgever laten publiceren?

 

 

5 tips om werk te maken van je schrijfambities

schrijfambities

‘Schrijf je boeken? Wat ontzettend leuk.Ik zou dat ook graag doen.’ Ik denk dat deze zin veel van mijn collega-auteurs bekend voorkomt. Ik hoor hem in ieder geval zeer regelmatig voorbij komen. Aan de ene kant heel logisch, schrijven ís ook een fantastische bezigheid. Aan de andere kant ook onbegrijpelijk, want wat houdt je tegen? Just give it a try! Om je een beetje op weg te helpen, krijg je hierbij een paar tips om te starten. Moet je jezelf en de rest van de wereld wel beloven dat je er na het lezen van deze tips ook écht voor gaat 😉 !

tip 1 – Gooi alle excuses die je kan verzinnen om niet te schrijven overboord

De kans is groot dat ik je nu al tegen de haren instrijk. ‘Excuses? Hoezo, excuses! Ik heb écht een baan, ik heb écht kinderen, mijn huishouden is echt een bende, ik ben echt mantelzorger!’ Prima, ik geloof je. Desondanks kom ik nog steeds mensen tegen die dit soort argumenten als smoes gebruiken om hun stille wens om te gaan schrijven, te parkeren. Niemand zegt je dat je jouw boek in 1 maand af moet hebben, doe er voor mijn part 10 jaar over. En schrijven hoeft echt niet dagen achter elkaar in eenzame opsluiting. Kinderen zullen een deel van je tijd vragen (terecht!) maar kunnen je ook van fantastische input voor je verhaal voorzien. In feite is het een kwestie van de juiste mindset. Wil je schrijven? Echt? Zorg dan dat je dat doet! Zie de factoren die jou belemmeren als kansen en laat je nergens door tegenhouden.

tip 2 – Zet schrijfmomenten in je agenda

In deze wereld die 24/7 in ontwikkeling is, komt het maar zelden voor dat je tijd over hebt. Tijd moet je maken. Bekijk je agenda voor de komende weken en plan een aantal schrijfsessies. Het is helemaal aan jou hoeveel en hoelang deze duren. Het gaat erom dat je niet meer gaat zitten wachten tot je op miraculeuze wijze ineens een maand op schrijfretraite kan. Het gaat erom dat jij je schrijfambities serieus neemt. Ben je iedere dag 3 kwartier kwijt aan boodschappen halen? Doe eens gek en laat ze bezorgen. Of zorg ervoor dat je aan het begin van de week alles wat je die week nodig hebt in een keer in huis haalt. Tadaaa, je hebt ineens tijd gemaakt om te schrijven!

tip 3 – Zorg dat je doelen haalbaar zijn

Niemand vraagt van jou dat je, nu je serieus werk gaat maken van je schrijfambities, de lat ook meteen op onbereikbare hoogte hangt. Je einddoel is wellicht het schrijven van een bestseller. Geen probleem. Het komt niet veel voor maar er zijn genoeg voorbeelden van mensen die dat doel inderdaad bereiken. Daar gaat echter wel veel werk aan vooraf en daarom is het goed om tussendoelen te stellen waarvan je zeker weet dat ze op korte termijn haalbaar zijn. Bijvoorbeeld ‘ik schrijf deze maand tenminste 1000 woorden’ of ‘volgende week heb ik een outline af waar de grote lijnen van mijn verhaal in beschreven staan’. Heb je een doel gehaald? Top! Schenk een glas wijn in, doe een dansje of steek de barbecue aan. Vier het op jouw manier, stel je volgende doel vast en ga weer vrolijk verder.

tip 4 – Zoek een schrijfmaatje

Er is vast iemand die jouw schrijfmaatje wil worden. Als het al niet in real life is, dan toch zeker wel online. Facebook kent verschillende groepen voor mensen die graag een boek willen schrijven en er zijn diverse online forums waar je terecht kan. Een schrijfmaatje kan ook iemand zijn die zelf geen schrijfambities heeft, maar jou wel graag een steun in de rug wil geven, bijvoorbeeld je oma. Het gaat erom dat er iemand is die jou geregeld vraagt naar de voortgang van je schrijfwerk, je op weg helpt als je even vastzit (al is het maar door een luisterend oor te bieden) en je streng toespreekt wanneer jij je niet aan de door jou bedachte schrijfregels houdt. Iemand die met je meeleest, fungeert bovendien meteen als een prachtige bron van feedback om te ontdekken wat jouw sterke kanten als schrijver zijn en aan welke punten je nog mag werken.

tip 5 – Wees niet perfect

Ga er niet vanuit dat de eerste versie van je verhaal meteen de beste moet zijn maar gun jezelf wat speling. Ook ervaren auteurs sleutelen vaak nog aan de eerste versies van hun verhaal (voor mijn boek dat dit najaar zal verschijnen heb ik kortgeleden de 3e versie ingestuurd). Als je bij iedere zin die je opschrijft eerst vijf minuten na moet denken over de manier van formuleren, maak je het jezelf veel te moeilijk. Typ gewoon wat er in je hoofd opkomt en geniet van je verhaal. Later heb je nog tijd zat om alle punten en komma’s op de juiste plaats te krijgen.

Welk schrijfdoel heb jij voor ogen?

 

 

Het beschrijven van uiterlijke kenmerken

beschrijven-uiterlijke-kenmerken

Iedereen die ooit een verhaal heeft geschreven, weet hoe lastig het is om de uiterlijke kenmerken van je personages goed op papier te krijgen. Je wilt je lezer niet vermoeien met eindeloze beschrijvingen van haar haarkleur (Blond, maar niet spierwit. Een beetje tussen koperblond en platinablond in. Bla bla bla). Je wilt ook niet te weinig beschrijven want zodra je lezer van het bestaan van jouw personage weet, slaat zijn fantasie op hol. Als Eline ergens halverwege het verhaal haar lange, blonde haar in een staart samenbindt, zal de lezer die Eline in gedachten een kort, pittig, mahonierood kapsel heeft gegeven zich mateloos irriteren. De beschrijving van je personages komt dus behoorlijk precies.

Waarom zou ik de uiterlijke kenmerken van mijn personages beschrijven?

Dat is een goede vraag. Er zijn namelijk – zonder al te veel moeite- best wel boeken te vinden waarin uiterlijke kenmerken van de hoofdpersoon nergens te vinden zijn. Soms is het nodig voor het verhaal dat een bepaald uiterlijk kenmerk beschreven wordt. En soms ook niet. In dat laatste geval, is het simpelweg een kwestie van persoonlijke voorkeur. Heb jij een duidelijk beeld van je hoofdpersoon in je hoofd en wil jij dat het beeld dat de lezer krijgt, hier deels mee overeenkomt. Prima, zorg dat je dit deelt. Heb je er geen problemen mee dat de lange, blonde hunk met een sixpack die in jouw hoofd zit, in het hoofd van de lezer verandert in een bleke man met een pafferig gezicht en een flinke bierbuik, dan beschrijf je niets. Maar dan dus ook helemaal niets. Nergens! Het laatste wat je wilt, is het beeld dat de lezer zich vormt verstoren.

Wat kan ik allemaal beschrijven?

Teveel om op te noemen. Veel schrijvers blijven hangen in haarkleur en de kleur van de ogen, maar er zijn nog veel meer interessante kenmerken waar de aandacht op gevestigd kan worden. Bedenk goed dat je niet alles hoeft te beschrijven. Alleen de dingen die jij belangrijk vindt. Hoewel je schrijvers hebt die de kunst verstaan om in detail te treden zonder de lezer te vermoeien, is één paragraaf vaak al wel genoeg. Uiterlijke kenmerken die je aandacht kan geven, zijn bijvoorbeeld:

  • haarkleur, -textuur, -lengte;
  • gezichtskenmerken;
  • postuur;
  • huidskleur;
  • herkenbare, unieke kenmerken (littekens, moedervlekken, sproeten, tatoeage, piercing, etc.);
  • stem (schor, hees, hoog of laag, hard of zacht, accent);
  • kleding;
  • uiterlijke gewoontes (nagelbijten, op lip bijten, langs neus vegen, etc.);

Hoe beschrijf ik de uiterlijke kenmerken zonder mijn lezers te vervelen?

Door de kenmerken niet alleen als beschrijving in je tekst op te nemen, maar waar mogelijk te vermommen. Bijvoorbeeld door de aandacht te richten op de gewaarwording van iemand anders: ‘door zijn vierkante kaaklijn straalde Jeff een bepaalde onverzettelijkheid uit’. Dat klinkt toch anders dan: ‘hij had hoekige kaken.’ Een vergelijking kan ook een oplossing zijn: ‘zijn hoofd had de vorm van een dobbelsteen’, blijft beter hangen dan die paar woorden waarin je zijn kaken hoekig noemt. Dat brengt me er meteen bij dat je moet zorgen voor een beschrijving in de toon van je verhaal. In een tragisch, waargebeurd verhaal waarin je een vliegtuigramp beschrijft, zal de dobbelsteen er misschien wat ongepast uitspringen.  Bedenk ook goed vanuit welk oogpunt je de persoon beschrijft. Schrijf je vanuit Maria (die meteen tot over haar oren verliefd is op Jeff) dan zou ‘in zijn diepblauwe ogen lag een intense blik’ natuurlijk een heerlijk zwijmelgehalte oproepen, wat wellicht precies is wat jij wilt. Maar beschrijf je Jeff vanuit het oogpunt van de vader van Maria, die zijn 13-jarige dochter veel te jong vindt voor de 40-jarige Jeff, dan kan je beter iets schrijven als ‘de blik waarmee zijn blauwe ogen Maria taxeerden, was ontegenzeggelijk arrogant te noemen’. Een uiterlijk kenmerk kan ook vaak in een actie van het personage beschreven worden: ‘diep in gedachten, streek ze met haar duim over haar neus, alsof ze haar sproeten weg wilde vegen.’

Mocht je dit lastig blijven vinden, trek dan je favoriete boeken uit de kast en lees de eerste bladzijden. Let erop hoe de verschillende personages beschreven worden en wat dit met jou als lezer doet. En vergeet niet die boeken ook weer weg te leggen, voordat je er zo in verdiept raakt dat je helemaal niet meer aan schrijven toekomt.

Succes!

 

Waarom elk verhaal met een open deur moet beginnen

waarom-elk-verhaal-met-een-open-deur-moet-beginnen

Stel je voor dat je ineens in een ruimte staat, zonder dat je er ooit bent binnengestapt. Afhankelijk van welke ruimte dit is, zal je dit waarschijnlijk een wat ongemakkelijk gevoel geven en heb je een poosje nodig om je te oriënteren. Waar ter wereld ben je? Wie is die vrouw met die witte jas die haar blik zo strak op jou gericht houdt?  Waarom klinkt er gejammer achter die gesloten deur? Als je wel keurig door de ingang naar binnen was gestapt, dan had je het bordje tandarts wel bij de ingang zien hangen. Je had begrepen dat de vrouw die naar je kijkt, de tandartsassistente is die vriendelijk oogcontact maakt, en het gejammer achter de deur is ineens ook verklaarbaar. Hoe je ergens binnenkomt bepaalt voor een heel groot gedeelte hoe jij je daar voelt en wat jij daar gaat doen.

Voor een verhaal geldt hetzelfde. Een lezer die middenin een verhaal valt zonder ook maar enig idee te hebben van de context, personages en de verhaallijn, zit er niet lekker in en voelt zich daar niet prettig bij. De lezer heeft een deur nodig waardoor hij het verhaal in kan stappen. Die deur noem je ook wel ‘hoofdstuk 1’. Een verhaal mag heus wel in een lekker tempo met flink wat actie beginnen, maar zorg er ten alle tijde voor dat de lezer snapt waar hij is. Om je daarbij te helpen, volgen hier wat richtlijnen.

Beschrijf de scene

 ‘Madelief gilde het uit toen ze van grote hoogte naar beneden stortte.’ Grote kans dat je nu denkt dat die arme Madelief aan het eind van de bladzijde op een brancard afgevoerd wordt. Als je vervolgens leest dat Madelief dit de meest toffe dag uit haar leven vond, maak je je misschien zorgen om haar psychische gesteldheid. Maar dat is helemaal niet nodig. Madelief zit namelijk in een achtbaan en gilt het uit van plezier. Moet je wel even weten als lezer. Je hoeft niet meteen alle details weg te geven (of het karretje van de achtbaan rood of blauw is…who cares) maar de lezer mag niet gedesoriënteerd raken. Zorg dat je als schrijver de omgeving en noodzakelijke wetenswaardigheden schetst voor je lezer. Een lezer mag best verdrinken in je verhaal, maar verdwalen is niet handig.

Introduceer je hoofdpersoon

Als schrijver ben je eigenlijk maar raar bezig. Je laat mensen ongevraagd kennis maken met jouw hoofdpersonen. Dan is het wel zo beleefd om dit op de juiste manier te doen. ‘Zoals hij de afgelopen drie jaar gewend was, begon Bob ook vandaag zijn dag met bloedvergieten.’ Om te voorkomen dat de lezer Bob meteen  als een nare, agressieve, nietsontziende beul inschat, is het wel zo netjes om hier even bij te vermelden dat Bob een medisch onderzoeker is, die zijn talenten iedere dag inzet om een medicijn tegen een ongeneeslijke ziekte te ontwikkelen. Een eerste indruk is goud waard.

Maak het conflict duidelijk

Een verhaal heeft altijd een conflict. In feite is dit de motor waar je verhaal om draait. Vanaf bladzijde één moet de lezer weten dat er iets op het spel staat. Om de lezer het verhaal goed in te trekken, is het aan te raden om te beginnen met het moment dat de spreekwoordelijke druppel de emmer doet overlopen. Welk personage heeft hier het meest bij te winnen of te verliezen? Zorg dat dit personage meteen in actie komt. Al barst ze maar in een niet te stoppen huilbui uit.

Klaar voor de start…af!

Zorg dat er actie in het begin van je verhaal zit. Dit hoeft niet meteen een heel spektakel te zijn, actie kan ook bestaan uit het gesnurk van de buurman dat je door de muur heen kan horen. Een korte dialoog tussen twee personen die zich vervelen, telt ook als actie. Als schrijver van fictie ben je geen reisleider. Je hoeft niet te vertellen dat het gebouw aan je linkerhand een ontwerp is van architect X en dat hij hiervoor een belangrijke onderscheiding heeft gekregen. Als schrijver beschrijf je wat deze architect voelde toen hij die belangrijke onderscheiding kreeg, juist voor dat gebouw waar hij zelf niet tevreden over was. Beschrijvingen zijn belangrijk, maar vermom ze zoveel mogelijk als actie. Als je lezer alleen maar beschrijvingen wil, haalt hij wel ergens een reisgids vandaan.

Roep vragen op

Je wilt natuurlijk niet dat je lezer na hoofdstuk één volkomen tevreden jouw verhaal weglegt, achterover leunt en niks meer te wensen over heeft in het leven. Dat gun je hem pas nadat hij héél je verhaal heeft gelezen. Het heeft jou moeite gekost om het verhaal te schrijven, dan mag de lezer zich er ook wel een beetje voor inspannen. Het is niet voor niets dat populaire series op televisie zich vaak van een cliffhanger bedienen. Aan het eind van de aflevering gebeurt er iets waardoor de kijker zich een week lang afvraagt hoe dát nou toch zal aflopen. Dit zorgt er natuurlijk voor dat hij bij de volgende aflevering aan de buis gekluisterd zit. Bij een goed verhaal werkt dit net zo. Zorg ervoor dat je lezer zich constant dingen afvraagt en maak het hem totaal onmogelijk om er zelfs maar over te denken jouw verhaal aan de kant te leggen.

Door je verhaal van een geweldige open deur te voorzien, doe je niet alleen jezelf een groot plezier maar je lezers ook. Ga ervoor!